De oorsprong van de kastelen.

 

De oorsprong van de kastelen stamt voornamelijk uit de middeleeuwen. In deze eeuwen ontbrak het aan centraal ontzag en leiding en zag men zich genoodzaakt om zich zelf te beschermen en te verdedigen. Deze situatie strekte zich uit  van 1000 t/m 1550, vanaf de 10e  tot en met de 15e eeuw. Kastelen die na 1550 zijn gebouwd  voldoen niet aan de definitie van een kasteel.

 

Na 1600 werden er geen nieuwe verdedigbare huizen meer gebouwd, als regel was de politieke veranderingen en niet onbelangrijk de uitvinding van het buskruit, men ging over tot de bouw van andere verdedigingswerken zoals forten en vestingen, daarom werd het overbodig dergelijke verdedigbare huizen te bouwen door particulieren. De rijke heren wilde wel het aanzien van de adel behouden en lieten nieuwe kasteelachtige huizen bouwen. Ook het onderhoud werd te kostbaar en tevens waren de oude gebouwen donker en kil en weinig of geen ramen, dus niet erg luxe om in te wonen. 

 

In de 17e eeuw kregen de nieuwe kastelen, eigenlijk de buitenplaatsen en landhuizen, vaak een renaissance karakter zodat direct zichtbaar was dat het niet ging om een middeleeuws kasteel. In de 18e eeuw werden werden er voornamelijk alleen nog buitenplaatsen gebouwd. Aan het einde van de 19e eeuw leeft de zucht naar het verleden weer op en werden oude en nieuwe kastelen compleet verbouwd of herbouwd.