Kasteel types.

Enkele soorten.

Ringwalburcht.

Een van de eerste soort kastelen betrof de ringwalburcht.

Meestal was dit een versterking of nederzetting met rondom een muur van hout, meestal lange palen die slechts ter bescherming waren geplaatst. dit kon eigenlijk nog geen kasteel genoemd worden.

 

 

Motte.

Een motte was een sterk gebouwd kasteel op een uitgegraven heuvel. Dit kasteel had vaak enkele donjons (woontorens)  aan de onderzijde van de heuvel, aan de voorzijde, stond een voorhof met stallen. 

 

Donjon of woontoren.

De woontoren was een zwaar beschermde toren die diende als woning en laatste vluchtplaats bij onraad en was moeilijk in te nemen. De toegang lag meestal op de eerste verdieping en alleen te bereiken door middel van een houten brug en trap. De trap was van bovenaf naar binnen te halen. Het was vaak een los kasteel maar werd ook vaak gebruikt als onderdeel van een groter kasteel met meerdere gebouwen. 

 

Waterkasteel.

Het waterkasteel ook wel waterburcht genoemd is altijd omringd door water, meestal een gegraven gracht waarover dan een ophaalbrug lag of b.v. een meer. deze kastelen hadden binnen de gracht meestal hoge verdedigingsmuren en diverse torens. Daarbinnen lag dan de binnenplaats waaraan de diverse gebouwen stonden zoals stallen, schuren en woonvleugels. Heel vaak was er ook 'n voorburcht met poortgebouw en 'n zware poort waarachter een valluik bevestigd was die men bij onraad kon laten zakken.\

 

Stadskasteel.

Dit betrof een kasteel in een stad. Meestal in gebruik door een ridder of edelman.